Om een goede diagnose te stellen put ik uit meerdere bronnen:

 

Intakegesprek

Bij het intakegesprek vindt er een inventarisatie plaats van de klachten. Aangevuld met vragen over o.a. ziektehistorie, medicijngebruik, operaties, vaccinaties, voedingsgewoonten, stressfactoren en dergelijke.

 

Iriscopie

Uit het oog en met name de iris (dit is het gekleurde deel) valt veel af te lezen. Je kunt de iris vergelijken met een gedetailleerde landkaart, waarop je de provincies, de steden, de dorpjes en als je goed kijkt zelfs de huizen kunt zien.

Deze voorbeelden staan synoniem voor orgaansystemen (spijsvertering, urinewegen, bloedvaten, lymfe, botten , spieren e.d.), organen (lever, nieren, darmen) en organellen (onderdelen van de organen).

Aan de hand van de kleur(en), verhoudingen, streepjes, groeven en nog vele andere details kun je zien waarvoor iemand aanleg heeft. Behalve de aanleg zijn ook verborgen en reeds gemanifesteerde klachten te zien.

Oogwit

Ook aan het oogwit kun je een aantal dingen zien, doch beduidend minder dan aan de iris.

Het oogwit wordt nogal eens doorkruist met kleine en grotere bloedvaatjes.  Deze banen zich vaak een weg naar de iris om daar als het ware steun te bieden aan een orgaan.

Ook zie je in het oogwit nogal eens gele vlekjes of verdikkingen. dit kan duiden op problemen met de vetstofwisseling.

Het voert te ver om alle details in iris en oogwit te benoemen, maar het is onvoorstelbaar wat je er uit kan aflezen.

De diagnostiek gebeurt met een irismicroscoop, een apparaat wat enigszins vergelijkbaar is met de apparatuur die een opticien gebruikt om iemand een bril of lenzen aan te meten.

Gelaatsdiagnostiek

Dit is een snelle vorm van diagnostiek. Binnen een halve minuut is aan het gezicht af te lezen welke systemen in het lichaam onder druk staan.

Naarmate wij ouder worden, gaat onze namelijk gezichtshuid steeds meer rimpels, groeven en pigmentatieverstoringen vertonen. Deze vormen een belangrijke afspiegeling van het inwendige funktioneren van onze organen en orgaansystemen.

Bijvoorbeeld de overbekende kraaienpootjes zouden wel eens kunnen duiden op een overbelasting van lever en galblaas. Of die vele horizontale rimpels op uw voorhoofd kunnen te maken hebben met darmproblemen.

Om niet over een nacht ijs te gaan, completeren we deze methode nog met een andere diagnostiek.

De Biosensortest

Een jaar nadat ik mijn praktijk was gestart, kwam ik in aanraking met een hele bijzondere vorm van diagnostiek. Ik leerde werken met een biosensor, ook wel biotensor genoemd.

De biosensor is een pendelachtig instrument dat werkt volgens het ja / nee principe en is gebaseerd op een kinesiologische reflex van de tester. Het wordt te technisch om dit woord  volledig uit te leggen, maar globaal komt het op het volgende neer.

De biosensor bevindt zich in handen van de therapeut, die deze in het midden houdt tussen cliënt en bijvoorbeeld een medicatie. Indien de medicatie past bij de cliënt maakt de biosensor een verbindende horizontale beweging. Sluit de medicatie niet aan dan is de beweging verticaal.

De beweging komt tot stand door enerzijds de focus van de therapeut op de cliënt en anderzijds en met deze focus samenhangend een spierreflex in de arm van de therapeut.

Medicaties uittesten

Op deze manier kan exact worden uitgetest of een medicatie wel of niet bij u past. De biosensor is inzetbaar bij de keuze van bijvoorbeeld homeopatische middelen, voedingssupplementen, Bachbloesems, aromatherapie maar ook uw eigen medicijnen.

Toen ik pas met de biosensor in aanraking kwam, was dit haast een brug te ver. Hoe was het in vredesnaam mogelijk dat je met zo’n simpel ogend instrumentje zulke belangrijke zaken kon vast stellen.

Door de resultaten die ik er mee behaalde was ik al snel overtuigd dat dit in mijn praktijk een belangrijke rol zou blijven spelen.

Hieronder staat een niet zo’n heel professioneel filmpje over het gebruik van de biosensor, maar het zal zeker het gebruik er van verduidelijken.